Go to Top

Wetenschapscommunicatie

Een realistisch beeld van wetenschap bij het brede publiek

Samengevat uit de Wetenschapsvisie 2025

De wetenschap heeft baat bij publiek dat actief meepraat over kansen en risico’s van baanbrekende ontwikkelingen. Het kabinet wil dat wetenschap en technologie worden verankerd in het onderwijs. Verder moet het Weekend van de Wetenschap uitgebouwd worden tot een groots evenement zodat het net zo bekend wordt als de Open Monumentendag. Ook komt er meer ruimte voor wetenschaps- en techniekcommunicatie bij de publieke omroep.

Reageren?

Het KNAW-podium was actief van 25 november tot 31 december 2014; reageren kan niet meer.

3 reacties

  • Anne Dijkstra 30 december 2014 - 12:19

    In de Wetenschapsvisie 2025 staan de nieuwe visies op de wetenschap voor de toekomst geformuleerd. Ambities zijn onder meer om verschillende partijen, inclusief burgers, een Nationale Wetenschapsagenda te laten ontwikkelen waarin de keuzes voor toekomstig onderzoek worden genomen. Op deze manier is het mogelijk om wendbaar in te spelen op de maatschappelijke en de wetenschappelijke vraagstukken van de toekomst. Het streven is om wetenschap met maximale impact te bewerkstelligen. En daarvoor is volgens de Wetenschapsvisie een participerend publiek nodig, want het debat over wetenschap raakt iedereen. Daarom worden wetenschappers aangemoedigd om het gesprek te voeren met de samenleving over verwachtingen en over mogelijkheden en risico’s. Wetenschapscommunicatie krijgt in de Wetenschapsvisie de rol om de fascinatie voor wetenschap over te brengen. Volgens de Wetenschapsvisie bevordert contact van de samenleving met wetenschap het begrip voor de wetenschap en zal dat leiden tot enthousiasme bij jong en oud. Daarom wordt wetenschapscommunicatie actief gestimuleerd via verschillende middelen als science centra, informatieve programma’s en het nieuw leven inblazen van het Weekend van de Wetenschap.

    Hier constateer ik, net als in de reactie van het bestuur van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten Nederland (zie http://www.vwn.nu/2014/12/reactie-vwn-bestuur-op-wetenschapsvisie-2025/), een merkwaardige tegenstelling. Het streven om wetenschap en de samenleving meer bij elkaar te brengen lijkt me van groot belang – veel wetenschappelijke ontwikkelingen gaan tenslotte over mensen, over ons allemaal, en beïnvloeden de samenleving – en zowel burgers als wetenschappers kunnen een rol in spelen in het bevorderen van een goede relatie tussen wetenschap en samenleving. Dat wetenschapscommunicatie dan hoofdzakelijk een taak krijgt om te enthousiasmeren en te informeren is wat beperkt. Juist in het vakgebied van de wetenschapscommunicatie wordt onder communicatie meer verstaan dan alleen het informeren en populariseren. Ook het aangaan van de dialoog, het stimuleren van kritisch debat en het betrekken van burgers bij wetenschappelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium hoort daarbij. Want burgers hebben ook het recht om mee te praten over wetenschap en het is beter voor de economie om wetenschap te ontwikkelen die ingebed is in de samenleving. In Europa krijgt dat bijvoorbeeld vorm via het streven naar ‘responsible research & innovation’. Burgers een stem geven in de Nationale wetenschapsagenda is een mogelijke manier om de samenleving bij wetenschap te betrekken en kan goed uitpakken. Burgers kunnen andere vragen stellen en kunnen terecht een frisse kijk geven op ontwikkelingen die wetenschappers of politici soms over het hoofd zien (zie ook de column van Trudy DeHue in de NRC van zaterdag 27 december). Ze kunnen het ook blijkt uit eerdere ervaringen. Daarbij is het dan wel van belang om ook wat met die stem van burgers, en die van de andere stakeholders te doen. Anders haken mensen snel af en verliezen het vertrouwen in de wetenschap en de politiek.

    Een tweede punt van aandacht is dat het naïef is te veronderstellen dat het juist informeren van het publiek zal leiden tot meer begrip. De debatten over biotechnologie in de jaren 1990 van de vorige eeuw hebben juist laten zien dat meer kennis de tegenstelling en het wantrouwen tussen de partijen juist vergrootte. Het ligt allemaal wat genuanceerder. Mensen zijn wel degelijk geïnteresseerd in wetenschap, maar dat betekent niet dat ze met wat meer informatie ook automatisch positief gaan denken over onderwerpen waar burgers risico’s anders inschatten dan experts. Wetenschappelijke kennis over een onderwerp speelt wel degelijk een rol maar bij het vormen van een mening spelen veel andere factoren een net zo belangrijke rol. Daarom denk ik dat het populariseren van wetenschap goed kan en belangrijk is maar dat tegelijk het organiseren van debat en de dialoog over wetenschap belangrijk is, waarbij de burger op verschillende manieren kan worden betrokken, op meer manieren dan alleen via een Nationale Wetenschapsagenda.

    Tot slot wil ik nog ingaan op de betrokken burgers die volgens de Wetenschapsvisie mee mogen denken over de Nationale Wetenschapsagenda. Er is een verschil tussen interesse in wetenschap en actieve betrokkenheid bij wetenschap. Al jarenlang laten de Eurobarometeronderzoeken zien dat mensen zeer geïnteresseerd zijn in wetenschap en technologie. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat burgers niet altijd de tijd, mogelijkheden of de wens hebben om ook actief betrokken te worden bij wetenschappelijke ontwikkelingen. Vaak blijven ze liever op een afstand, tenzij het onderwerp hen raakt, zoals de debatten over windmolens, HPV-vaccinatie en andere onderwerpen als biotechnologie hebben laten zien en dan zijn de standpunten vaak al ingenomen.

    Kortom, de uitdaging is om een goed evenwicht te vinden tussen het proces van informeren over wetenschap en het proces van het betrekken van de burger via onder meer de dialoog, zodat het vertrouwen in de wetenschap blijft bestaan. Wetenschapscommunicatie speelt volgens mij in beide processen een rol.

    • Organisatie: Universiteit Twente
    • Functie: Universitair Docent Wetenschapscommunicatie
  • Eric van Damme 5 december 2014 - 12:27

    This reaction is part of a larger article on the Wetenschapsvisie 2025, entitled The Dutch Wetenschapsvisie 2025: ill-informed, narrow minded and misconceived (pdf)

    This reaction on the Wetenschapsvisie 2025 is written in English to allow easy communication with the researchers in the Netherlands that are not fluent in Dutch.

    […]

    The second main proposal in the Wetenschapsvisie 2025 is that valorization becomes the third main task of academics, in addition to research and teaching. It is not sufficient that researchers think about how the fruits of their research could possibly be put to societal use, it is proposed that NWO (and possibly others) will, in the future, also take into account realized valorization as a criterion for good research (p. 51). I think that this idea is misconceived and that science history clearly shows it to be wrong; also see (KNAW (2013). The science vision includes the strong (but nevertheless incorrect) statement that knowledge only gets societal value if it is shared and applied in specific solutions or proposals (p. 39).

    […]

    • Organisatie: CentER, TILEC and Department of Economics, Tilburg University
    • Functie: Professor of Microeconomics
  • Maarten Kleinhans 3 december 2014 - 10:14

    Dit zijn uitstekende plannen mits…

    * onder publiek ook wordt verstaan ‘politici’, die, blijkens eerdere besluiten en rondzingende plannen de werkingen en waarden van de verschillende wetenschappen NIET begrijpen. Parlementariërs staan er wel open voor, maar de aansluiting tussen de stijl van communicatie van parlementariers en wetenschappers behoeft nog wat werk…

    * het onderwijs niet middels het type kerndoelen dat we nu hebben worden gestuurd op welke wetenschap ze hun onderwijs moeten richten, maar dat de essentie is het stellen van vragen en het ontwikkelen van een onderzoekende houding. Dat vergt loslaten van CITO, professionaliseren van leerkrachten, stimuleren van schooldirecteuren, professionaliseren van methodenschrijvers die nu het lesprogramma teveel vastleggen, en het open zetten van de deuren van de pabo voor de wetenschapsknooppunten bij de universiteiten om echt onderzoekend en ontwerpend leren te gaan doen en niet een serie dichtgetimmerde receptproefjes met een lijst feiten, wat schadelijk slecht W&T onderwijs zou zijn. Wetenschap en technologie-onderwijs wordt nu nog vaak gedaan zonder dat er een wetenschapper aan te pas komt, maar vooral wetenschappers kunnen illustreren waarom wetenschap zo gaaf is en hoe je wetenschap doet door het stellen van vragen en het duidelijk maken wat je niet weet, en door kritisch onderzoek.

    * wetenschappers zich professionaliseren in interactie met publiek en docenten en leerlingen, en docentenopleiders, en daarbij bijvoorbeeld meer van de werking en waarde van wetenschap laten zien naast de uitkomsten. Dit kan al via de wetenschapsknooppunten. Het vergt ook dat wetenschappers er meer op worden afgerekend dan nu het geval is, en dat dit soort activiteiten mee kan tellen bij de Basiskwalificatie Onderwijs op de universiteiten. Het academisch onderwijs kan namelijk ook echt beter worden van interactie met maatschappij en basis- en voortgezet onderwijs.

    * wetenschapsknooppunten (www.wetenschapsknooppunten.nl) sterk ingebed worden in de universiteiten en worden uitgebreid, en ze ook als organisatie gaan dienen om bij gehonoreerde wetenschappelijke projecten aan educatie te gaan doen op een acceptabel niveau (dus niet nog weer een lespakketje want daar zit niemand op te wachten)

    Voorstel: een Experiment in communicatie.
    Veel politici hebben wel enige ervaring in de academia, maar het risico bestaat dat die ervaring wordt veralgemeniseerd. Maar in brede zin werken de geesteswetenschappen echt heel anders dan de natuurwetenschappen, en is er ook veel variatie binnen die categoriën en bestaan er ook overgangsvormen. Communicatie over die grenzen is enorm lastig en wetenschappers zelf zouden daar een fantastisch experiment mee kunnen doen: Voeg de beide afdelingen van de KNAW, namelijk Natuurkunde en Letterkunde, samen. Bij de Jonge Akademie heeft het geleid tot verbrede blikken veel meer begrip van werking en waarde van andere wetenschappen, dus mijn werkhypothese is dat het een heel inzichtelijk experiment kan worden dat tot betere communicatie met politici kan leiden.

    • Organisatie: Universiteit Utrecht
    • Functie: Hoogleraar rivieren en delta's