Go to Top

Wetenschappelijke integriteit

Een sterkere positie van het LOWI

Samengevat uit de Wetenschapsvisie 2025

Ondanks enkele ernstige gevallen van fraude is het vertrouwen in de wetenschap groot. Maar dat moet wel zo blijven, want wetenschap en maatschappij raken steeds meer met elkaar verweven. Het kabinet stelt in Wetenschapsvisie daarom een aantal actiepunten voor. Het wil replicatieonderzoek stimuleren en selectief publiceren bestrijden. Verder wil het kabinet nagaan of de bevoegdheden van het Landelijke Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) kunnen worden verruimd en in de wet kunnen worden vastgelegd.

Reageren?

Het KNAW-podium was actief van 25 november tot 31 december 2014; reageren kan niet meer.

6 reacties

  • Jan Reedijk 18 december 2014 - 15:36

    In reactie op de commentaren van de heren Beltman en Bosman, wil ik nog toevoegen dat de Academia Europaea in mei 2013 een symposium organiseerde over “te veel nadruk op numerieke indicatoren bij beoordelingen van wetenschappers en wetenschappelijke instituten” en tot welke uitwassen in WI dat soms kan leiden.
    De Proceedings hiervan zijn vrij beschikbaar en “downloadbaar” op:
    http://www.portlandpress.com/pp/books/online/wg87/default.htm
    Ook de “San Francisco Declaration on Research Assessment” van mei 2013 is een teken dat velen meer en meer gaan inzien dat kwantiteit in wetenschap iets is waar je heel voorzichtig mee moet omgaan bij beoordelingen.

    • Organisatie: Universiteit Leiden
    • Functie: emeritus-hoogleraar
    • Andrel Linnenbank 19 december 2014 - 18:53

      Tijdens het 2e Science in Transition symposium op 3 December heeft de VSNU de San Francisco declaratie ondertekend.

      • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
      • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Medard Hilhorst 4 december 2014 - 13:18

    De Nuffield Council of Bioethics (UK) sluit deze maand een interessant nationaal project af met aandacht voor de onderzoekscultuur. De valkuil van wetenschapsbeleid is de suggestie van maakbaarheid: nieuwe regels, nieuwe prikkels. Een overschatting. In een onderzoekscultuur waarin externe prikkels intrinsieke motivaties uithollen, krijg je de intrinsieke motivaties die eigen zijn aan wetenschapsbeoefening niet zomaar terug. Misschien moesten we iets meer willen leren van de gedragswetenschappen? Ik denk dat we er nog te weinig aandacht aan geven.

    • Organisatie: Erasmus MC Rotterdam
    • Functie: UHD
  • Jeroen Bosman 30 november 2014 - 12:00

    Er zijn recent wel wat ontwikkelingen die tegen de kwantitatieve criteria ingaan. De VSNU heeft het aantal publicaties geschrapt uit het Evaluatieprotocol. In het VK mogen in het nieuwe research evaluation framework (REF) impactfactors niet meer worden gebruikt. En in de nu voorliggende wetenschapsvisie is de promotiebonus verminderd. Het duurt wellicht nog wel een tijd voor alternatieve evaluatiecriteria en methoden overal geaccepteerd zijn en kwantitatieve normen uit onze mindset zijn verdwenen. Dat is ook lastig in een economie die ‘meer’ en groei nog steeds als grondslag heeft. Tenslotte: een aardig gedachte-experiment vind ik om bij beoordeling niet het aantal maar ook niet door de onderzoeker als beste geslecteerde publicaties te beoordelen, maar random een aantal artkelen te beoordelen uit de recente publicaties van een onderzoeker of een groep.

    • Organisatie: Universiteit Utrecht
    • Functie: Faculty liaison Geowetenschappen
  • D. Beltman 26 november 2014 - 14:38

    Goed dat er aandacht is voor de wetenschappelijke integriteit, maar in dat verband zou ik graag ook aandacht willen zien voor het huidige (mondiale) wetenschapsklimaat waarbij de nadruk meer lijkt te worden gelegd op kwantiteit dan kwaliteit (zonder in de kern af te doen aan de kwaliteit van veel wetenschappelijk werk). Publicatiedruk is geen vies woord, maar de kwantitatieve eisen die worden gesteld aan bijvoorbeeld Tenure Trackers doen soms af aan de waardering van de wetenschappelijke kwaliteit van hun werk wanneer zij te maken krijgen met nulbevindingen die niet publicabel blijken te zijn. Het gevaar is dat de wetenschappelijke integriteit kan worden geschonden ten behoeve van de individuele carrièreperspectieven van een betreffende wetenschapper omdat er net zo lang gezocht wordt om significante resultaten te boeken die wél publicabel zijn.
    De nadruk op kwantiteit heeft alles te maken met geld. Wetenschappers worden afgerekend op het aantal publicaties. Onderzoekssubssidies worden verleend gelet op het aantal publicaties (track-record). Hoe meer promoties een universiteit aflevert, des te meer geld er wordt opgebracht. Hoe meer publicaties een onderzoeksafdeling genereert, des te meer geld beschikbaar komt om personeel aan te stellen. Etc. etc.
    Ik denk dat het huidige klimaat gedeeltelijk onomkeerbaar is, maar het verdient zeker aanbeveling het mee te wegen in de discussie rond ‘wetenschappelijke integriteit’, want “daar waar geld rolt, wordt de mens bedrogen”.

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen
    • Functie: onderzoeker
    • Jeroen Bosman 30 november 2014 - 12:10

      Er zijn recent wel wat ontwikkelingen die tegen de kwantitatieve criteria ingaan. De VSNU heeft het aantal publicaties geschrapt uit het Evaluatieprotocol. In het VK mogen in het nieuwe research evaluation framework (REF) impactfactors niet meer worden gebruikt. En in de nu voorliggende wetenschapsvisie is de promotiebonus verminderd. Het duurt wellicht nog wel een tijd voor alternatieve evaluatiecriteria en methoden overal geaccepteerd zijn en kwantitatieve normen uit onze mindset zijn verdwenen. Dat is ook lastig in een economie die ‘meer’ en groei nog steeds als grondslag heeft. Tenslotte: een aardig gedachte-experiment vind ik om bij beoordeling niet het aantal maar ook niet door de onderzoeker als beste geslecteerde publicaties te beoordelen, maar random een aantal artkelen te beoordelen uit de recente publicaties van een onderzoeker of een groep.

      • Organisatie: Universiteit Utrecht
      • Functie: Faculty liaison geowetenschappen in UB