Go to Top

Waarde van wetenschap

Zicht op het nut van wetenschap en adviezen

Samengevat uit de Wetenschapsvisie 2025

Hoe werkt het Nederlandse wetenschapsbestel? Wat levert een in onderzoek geïnvesteerde euro op? Wat zijn de economische effecten van wetenschap? Voor welke adviezen kan de politiek bij welke organisaties terecht? Het kabinet wil meer duidelijkheid scheppen en het adviesstelsel beter benutten.

Daarnaast moeten de technology transfer offices van de universiteiten meer samenwerken zodat de kennis uit octrooien nog meer van nut kan zijn voor bedrijven en maatschappij.

Reageren?

Het KNAW-podium was actief van 25 november tot 31 december 2014; reageren kan niet meer.

11 reacties

  • Wouter Olthuis 10 december 2014 - 14:53

    Graag wil ik een tweetal onderwerpen aansnijden: enerzijds de valorisatie van academisch onderzoek en anderzijds de sturing van wetenschappelijk onderzoek op toenemende valorisatie.

    Aanleiding

    Onlangs was ik academisch begeleider bij de workshop Physics with Industry. Ik citeer van hun web site: “FOM organiseerde op 24-28 november 2014 samen met Technologiestichting STW en het Lorentz Center de vijfde editie van de workshop Physics with Industry. Het doel van deze workshop is (jonge) fysici actief mee te laten helpen om problemen uit de industrie op te lossen, hen kennis te laten maken met het bedrijfsleven en bedrijven in contact te brengen met talent. Deelnemers zijn natuurkundigen van onderzoeksinstellingen uit Nederland en Europa en onderzoekers van de deelnemende bedrijven. De meeste deelnemers zijn promovendus of postdoc. Daarnaast is een aantal senior onderzoekers betrokken om de voortgang en wetenschappelijke kwaliteit te waarborgen.” (http://www.fom.nl/live/valorisatie_en_industrie/workshops/Physics-with-Industry.pag)

    Gedurende de eerste dag van de workshop presenteren de vijf deelnemende bedrijven ieder hun probleem aan de totale groep van ca. 40 PhDs en postdocs. Tijdens de drie volgende dagen gaan de teams, elk bestaande uit circa acht PhD/postdocs, twee academische begeleiders en mensen van de bedrijven, aan de slag om het probleem te analyseren en waar mogelijk op te lossen. De slotdag is voor de presentaties van resultaten en oplossingen.

    Valorisatie van onderzoek

    Ik wil mijn enthousiasme over de resultaten van deze workshop met u delen; niet eerder heb ik zoveel goodwill, begrip en tastbare resultaten tot stand zien komen tussen een groep academici, normaal bezig met hun eigen onderzoeksprojecten, en de industrie, voornamelijk bezig met geld te verdienen aan producten. In mijn bijna 25-jarige ervaring als universitair medewerker heb ik menige workshop, discussiebijeenkomst en taakgroep meegemaakt die probeerden de kloof tussen de academische- en de industriële wereld te overbruggen. Helaas meestal met weinig tastbaar resultaat: ‘thuis’ is het altijd weer snel back to your own business. Zelfs de gebruikerscommissies van de door de STW gesubsidieerde projecten (en vergelijkbare commissies) leveren meestal slechts een gunstige sturing van het project op en soms zelfs een toegenomen onbegrip. De promovendus levert immers zelden het te vermarkten prototype, dat zo bloemrijk was beloofd in de utilisatieparagraaf.
    Physics with Industry (PwI) vormde de uitzondering. Waarom? De onderzoekers waren er vrijwillig. Het team was multidisciplinair. De industriële problemen waren actueel, concreet en soms prangend. De workshop biedt een template, maar geen dwingende oplossingsroute. De onderzoekers, academische begeleiders en mensen van de industrie waren voortdurend aanspreekbaar. En –heel belangrijk- het resultaat moet er aan het einde van de workshop zijn. Zodoende wisten deze jonge fysici, pijlsnel schakelend, ieder vanuit zijn of haar achtergrond snel en concreet oplossingen te bieden voor de industriële problemen. En dat brengt mij op mijn tweede onderwerp:

    Sturing van wetenschappelijk onderzoek

    Niet het onderzoeksonderwerp, maar de onderzoeker zelf vermeerdert waarde, desgevraagd. Valorisatie zit ‘m niet in toegepast of snel toepasbare onderzoek (waar verder overigens niets mis mee is), maar in excellent opgeleide onderzoekers, ook in risicovol, nieuwsgierigheid gedreven (theoretisch, fundamenteel) onderzoek. Ik heb astrofysici tijdens PwI zonder enige aarzeling een prima bijdrage zien leveren in de oplossing van een zeer concreet, hardnekkig industrieel probleem. De waarde van academisch werk zit in de onderzoeker, niet in het onderzoek. Deze waarde is er concreet, onmiddellijk en aantoonbaar uit te halen tijdens workshops zoals PwI. Te sterke sturing op zog. maatschappelijk relevant onderzoek (ten koste van theoretisch, fundamenteel onderzoek) is niet per se productief.

    Concluderend

    Bijeenkomsten zoals de workshop Physics with Industry (concrete vragen, multidisciplinair team van jonge wetenschappers, goed gedefinieerde vereiste deliverables) dichten de kloof tussen industrie en universiteit en leveren goodwill, begrip en resultaten op.

    De waarde van academisch werk zit in de onderzoeker, niet in het onderzoek. Te sterke sturing op zog. maatschappelijk relevant onderzoek (ten koste van theoretisch, fundamenteel onderzoek) is niet per se productief.

    De tweede conclusie is mijn interpretatie van wat ik heb waargenomen. De eerste conclusie kunt u verifiëren door zelf op de een of andere manier betrokken te raken bij workshops zoals PwI; aanbevelenswaardig!

    • Organisatie: Universiteit Twente
    • Functie: UHD
  • Beatrice de Graaf 9 december 2014 - 09:55

    De surprise van OCW

    [deze tekst is op 6-12-2014 gepubliceerd als column in NRC Handelsblad, redactie]
    Wat moeten wij, onderzoekers, teruggeven aan de maatschappij? Die vraag blafte mij in chocoladeletters toe vanuit de landelijke kranten. Aanleiding was de presentatie van de Wetenschapsvisie, de Sinterklaassurprise van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het wild geraas barstte toen pas goed los. Jos Engelen en/of NWO moeten mee in de zak, Unilever en VNO-NCW gaan voortaan de pepernoten uitdelen. En de onderzoekers moeten braaf het liedje meezingen, anders krijgen ze helemaal niks meer.

    Te midden van al dat feestgedruis kan het geen kwaad weer even historisch terug te blikken. Want de vraag die wordt gesteld is, is te dwingend, en laat te weinig ruimte open voor reflectie. Er gaan namelijk allerlei opvattingen over de ‘persona van de wetenschapper’ achter schuil, zoals dat in sjiek academisch taalgebruik heet. Collega Herman Paul doet er op dit moment onderzoek naar; hij bestudeert de historische wetenschapper. Volgens hem is een persona een archetypisch beeld van wat de wetenschapper is en wat hij of zij zou moeten doen, een bundeling dus van eigenschappen en drijfveren. Er bestaan allerlei van zulke archetypes, variërend van de alchemist, de monnik en de profeet in de middeleeuwen tot de filosoof en de natuurvorser in de vroegmoderne tijd. Ook de ijverige verzamelaar in de negentiende eeuw en de ‘ondernemende wetenschapper in de twintigste eeuw zijn zulke personae. Steevast worden om zulke modellen verhalen, legendes en voorbeelden van ‘excellente onderzoekers’ gecreëerd.

    In onze eigen recente geschiedenis kan je moeiteloos drie van die archetypes van excellente wetenschappers ontwaren. Elk van die types geeft een volstrekt ander antwoord op de vraag naar het nut van zijn of haar onderzoek.

    Ten eerste is er de moderne wetenschapper die natuurlijke wetmatigheden ontdekt. Dat is de opvolger van de alchemist of scholasticus die goddelijke waarheden najoeg. De excellente wetenschapper is hier doorgeefluik van wetten, waarheden en dogma’s. Zijn grootste verdienste is de ontdekking van nieuwe formules en mechanismen, zijn grootste risico was altijd te worden veroordeeld als ketter. Je kwam hem tegen in een middeleeuws klooster of kasteeltoren, tegenwoordig is hij te vinden in de krochten van het CERN. Hoewel, dit type wordt ook wel gesignaleerd in filosofische kwartetten of bij De Wereld Leert Door. Het zijn de nieuwe zedenmeesters van technologisch vooruitgangsgeloof.

    Ten tweede is er de excellente wetenschapper die aan de samenleving zijn brein nalaat. Letterlijk, als gift, wanneer na zijn dood zijn lichaam versneden mag worden als voer voor toekomstige breinchirurgen en anatomen. Deze wetenschapper wijdt zich aan uitbreiding van de waarneembare werkelijkheid. Hij was te vinden in aardrijkskundige genootschappen, in de binnenlanden van Afrika, of op ontdekkingstocht naar onbekende archipels. Je vindt dit archetype tegenwoordig terug in hypermoderne neurolabs en herseninstituten waar ze Alzheimer en psychopathologische aandoeningen in kaart brengen. Overigens liet Einstein zijn brein helemaal niet na aan de wetenschap, dat is er later illegaal uitgeplukt.

    Dan hebben we ten slotte de wetenschapper die de samenleving deelgenoot maakt aan zijn twijfels. Die meent dat zijn interventie zelf de observatie kleurt. Dat onze zintuigen bedrieglijk zijn, tijd en ruimte relatief zijn en dat de mens zelf de grootste constructivist en fabulateur is. Opmerkelijk genoeg kom je dit soort excellente onderzoekers zowel tegen in de kwantummechanica als in de letterkunde en in historische archieven. Zij geven geen eeuwige wetten door, maar zijn overdragers van een onmisbare aandoening: relativeringsvermogen, empathie en bovenal verbeelding. Empathie voor historische keuzes van eerdere generaties, openheid voor de grilligheid en onvoorspelbaarheid van het gedrag van kleine deeltjes. Verbeelding over wat het betekent wanneer een samenleving vergrijst, wanneer grote groepen jongeren zich uitgestoten voelen, onder welke condities angst en terreur om zich heen grijpen, of juist door een veerkrachtige samenleving kunnen worden geabsorbeerd.

    Voor elk van die drie types geldt dat ze worden gedreven door een combinatie van heilig vuur, nieuwsgierigheid en verbeelding.

    Gek genoeg herken ik geen van deze drie archetypes in het jargon dat wordt gebezigd wanneer het om innovatie, topsectoren of excellent onderzoek gaat. Daarachter lijkt eerder een middeleeuwse voorstelling van onderzoek schuil te gaan, een terugval in het simplistische verlangen naar de (mannelijke) alchemist die uit steen goud kan maken. Hoe die dat doet, is bijzaak; hoofdzaak is dat er winst wordt gemaakt.

    Terug naar de beginvraag. Een samenleving die zichzelf serieus neemt, laat het uitdelen van pepernoten over aan de echte zwarte pieten. De verbeelding moet aan de macht blijven, ook en juist op de wetenschapsagenda. Of het nu om NWO gaat of om de stand van het onderzoek in Nederland, die staat in het buitenland veel te hoog aangeschreven om te grabbel te gooien. Duizenden jonge onderzoekers staan te trappelen om de samenleving te laten delen in hun dromen, verbeelding en fantasieën. Ik stel voor om bij alle pleidooien voor ‘maatschappelijk nut’ die ruimte voor verbeelding en verrassing bovenaan op de wetenschapsagenda te zetten.

    • Organisatie: Universiteit Utrecht
    • Functie: Hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen
  • Andrel Linnenbank 8 december 2014 - 13:51

    Een bijdrage van Thomas van den Dunk aan het #wv2025 debat: http://www.volkskrant.nl/dossier-thomas-von-der-dunk/weer-megalomaan-type-uit-universitair-bestuur~a3805822/
    Ik kan me in zijn kritiek vinden. Behalve de eerste zin [‘De nieuwste Haagse plannen inzake de universiteiten hebben tot merkwaardig weinig reacties geleid, (…) red.]’; er is wel degelijk debat over, alleen kennelijk niet zichtbaar voor de buitenwereld. Misschien moeten we daar wat aan doen?

    • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
    • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Hans Radder 5 december 2014 - 15:42

    Positief is dat blijkbaar de vele discussies over de problematische kanten van de huidige wetenschap en universiteit heel duidelijk doorgedrongen zijn tot de politiek. Ook sommige van de concrete punten, zoals een beleid om de rol van vrouwen in de wetenschap te verbeteren en de erkenning van de eigen aard van de geesteswetenschappen (de rol van boeken, van publiceren in het Nederlands), zijn toe te juichen. Maar de grote vraag is wel of en hoe de mooie woorden in daden om gezet gaan worden. Daar zie ik een aantal problemen en zelfs tegenstrijdigheden.

    1. Er wordt gesteld dat de financiële ruimte bij NWO voor ongestuurd onderzoek (de vernieuwingsimpuls en de open competitie) gehandhaafd blijft (p. 21). Maar de aanvragen voor deze twee financieringsprogramma’s zijn zeker niet “ongestuurd”. Er is een sterke druk om aan te geven dat er concrete toepassingen zullen zijn. Een van de beoordelingscriteria is “kennisbenutting” en om van de toepassing daarvan uitgezonderd te worden moet je aparte argumenten aandragen die ook nog door de beoordelaars afgewezen kunnen worden.
    De nota zegt herhaaldelijk dat fundamenteel onderzoek de basis is van alle wetenschap. Als men dat echt meent, zou men twee aparte potten moeten maken: één voor de financiering van alleen fundamenteel onderzoek en één voor toepassingsgericht onderzoek (bv. ieder 50%).

    2. Aan de ene kant wordt het bedrag van de maximale promotiebonus beperkt tot 20% van de onderzoeksbekostiging (p. 29). Dat zal tot minder promovendi leiden. Maar tegelijk wordt op p. 67 gesteld dat dit aantal juist dient toe te nemen.
    Geheel los daarvan zien velen de promotiebonus als een perverse prikkel. Vanuit dit perspectief dienen perverse prikkels volledig afgeschaft te worden, niet enigszins verminderd.

    3. Op p. 42 wordt een principiële keuze gemaakt voor open access en open data, omdat de hele samenleving moet kunnen profiteren van “wetenschappelijke kennis waarvoor we met zijn allen betaald hebben”. Dat is een loffelijk principe, maar het probleem is dat dit mooie principe bij het propageren van octrooien (op p. 51), die een privatisering van dit profijt impliceren, plotseling geen enkele rol meer blijkt te spelen. Ook bij de lofzang op de Gedragscode Wetenschapsbeoefening (p. 47) is er geen enkel besef van het feit dat universitaire octrooien (als commerciële monopolies) op zeer gespannen voet met deze code staan.

    4. Op p. 70 wordt gepleit voor een evenwichtige personeelsopbouw bij universiteiten. Maar het blijft volstrekt onduidelijk hoe de uiterst scheve verhouding tussen tijdelijk en vast personeel (40% van de universitaire aanstellingen zijn tijdelijk, tegen 20% gemiddeld in andere sectoren) verholpen kan worden.

    5. Wat tenslotte geheel ontbreekt is een nieuwe visie op de huidige, hiërarchische bestuursstructuur van de universiteiten, waar steeds minder mensen steeds meer te zeggen krijgen, met alle nadelen van dien.

    • Organisatie: Vrije Universiteit Amsterdam
    • Functie: Hoogleraaar (em.)
  • Bruno Verbeek 4 december 2014 - 17:04

    Ik word heel pessimistisch over de mogelijkheden om nog fundamenteel onderzoek te doen dat geen enkel maatschappelijk probleem oplost, discussie aanwakkert of economische doeleinden dient.
    Wat zou de ‘waarde’ zijn van onderzoek naar de axioma’s van de getallentheorie, de talen van het Oude Babylonië, of de metafysica van Aristoteles? Die onderwerpen zijn waardevol, maar nergens anders voor dan om zichzelf. Maar daar lijkt al helemaal geen ruimte voor in deze wetenschapsvisie…

    • Organisatie: Universiteit Leiden
    • Functie: Universitair Docent Ethiek & Politieke Filosofie
  • Thomas Fossen 2 december 2014 - 23:12

    Als we het hebben over de waarde van wetenschap, dan valt vooral op aan deze wetenschapsvisie dat die waarde puur instrumenteel opgevat wordt. Wetenschap is uitsluitend waardevol door de bijdrage die het levert aan de economische productie of het oplossen van maatschappelijke problemen: “kennis krijgt pas maatschappelijke waarde als deze gedeeld wordt en toegepast in concrete oplossingen of producten” (39). Je zou dit natuurlijk welwillend kunnen interpreteren, door te zeggen dat de “maatschappelijke” waarde de totale waarde van wetenschap niet uitput. Maar dat is niet de indruk die de visie oproept, want in het document wordt met geen woord gerept over andere vormen van waarde, zoals de intrinsieke waarde van, bijvoorbeeld, een beter begrip van de werkelijkheid, inzicht in de betekenis van cultuuruitingen, of kritische (zelf-)reflectie.
    Met andere woorden: waarde = maatschappelijke waarde = economische productie + probleemoplossend vermogen.

    • Organisatie: Universiteit Leiden
    • Functie: Postdoc/UD politieke filosofie
  • Rieks op den Akker 29 november 2014 - 21:15

    Het lijkt me zinvol eerst maar eens vast te leggen wat we allemaal onder “wetenschappelijke arbeid” verstaan. Voor filosofie, geschiedenis en zuivere wiskunde moet ook geld zijn. Misschien moet dat komen uit de opbrengsten van de meer toegepaste en technische wetenschappen.

    • Organisatie: UTwente
    • Functie: UD
    • Andrel Linnenbank 30 november 2014 - 11:46

      Waarschuwing: in dit rapport heeft valorisatie een totaal nieuwe betekenis gekregen, zie pag 40 in vet: “Op deze plaats onderstrepen we nog eens onze brede opvatting van het begrip valorisatie. Die omvat niet alleen economische benutting van kennis, maar ook het benutten van kennis voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken of het bijdragen aan maatschappelijke discussies.”
      Dit is duidelijk bedoelt om de discussie te ontregelen. Het maakt het mogelijk om overal te benadrukken dat valorisatie cruciaal is en als dan iemand klaagt dat er teveel nadruk ligt op geld verdienen en het bedrijfsleven, om dan te kunnen zeggen: “oh, maar ik bedoelde die brede opvatting”.
      “When I use a word,” Humpty Dumpty said, in rather a scornful tone, “it means just what I choose it to mean — neither more nor less.”

      • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
      • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Aard Groen 27 november 2014 - 15:20

    de maatschappelijke waarde van universiteiten gaat veel verder dan het octrooieerbare deel daarvan. De belangrijkste bijdrage blijft het leveren van het hoogst opgeleide deel van de beroepsbevolking van vandaag en de toekomst. Daarnaast staat het ontwikkelen van kennis op allerlei gebied. In vrijwel iedere wetenschap kan dat ook tot (sociaal-culturele en economische) waarde voor de maatschappij worden gebracht. Dat betekent echter niet dat de relatief korte termijn dan voorop komt te staan. Voor dat deel van de kennisontwikkeling welke in samenwerking met maatschappelijke actoren plaats vindt (en dat mag best een groot deel zijn, maar zeker niet alleen met bedrijven overigens zie recente NWO programma’s als maatschappelijk verantwoord innoveren)en waar een economische ontwikkeling mogelijk is, kan de universiteit inderdaad (nog) meer samenwerken met partijen in de regio, in Nederland en in andere landen bijvoorbeeld voor sociaal-economische ontwikkeling in sociaal-economisch gedepriveerde gebieden. Ondernemerschap als oriëntatie in de carrière inclusief maar niet uitsluitend gericht op het starten van eigen bedrijf is een onmisbaar element in de ontwikkeling van de studenten en medewerkers van iedere discipline. Ook op dat terrein kunnen we nog veel meer samenwerken. Nederland zou wel meer kunnen worden gezien als één (relatief kleine) regio. Dus het pleidooi voor meer samenwerking over het hele land ondersteun ik, met name wanneer de banden met de regio al goed zijn.

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen/Universiteit Twente
    • Functie: dean entrepreneurship/hoogleraar
  • Herman Overkleeft 27 november 2014 - 14:03

    Het zou goed zijn als we als samenleving weer wat meer vertrouwen krijgen in de maatschappelijke instituties. Het onderwijs, de rechtbank, de politie, het openbaar bestuur. En ook de wetenschap. Want wetenschappers weten door de bank genomen zelf wel op waarde te schatten wat belangrijke wetenschap is. Voor de maatschappij. En ja, ook voor de economie. En bovenal weten wetenschappers hoe de grenzen van wat er nu mogelijk is op te zoeken. Om zo tot ontdekkingen en inzichten te komen waarvan de implicaties, en het nut voor de maatschappij, nu helemaal niet in te schatten zijn.

    • Organisatie: Universiteit Leiden
    • Functie: Hoogleraar Organische Chemie
  • Ivo Giesen 26 november 2014 - 09:36

    Sinds wanneer gaat de Minister van Economische Zaken over de wetenschap? Dat juist deze Minister mede de aanbiedingsbrief ondertekend heeft, zegt veel over de nogal eenzijdige focus van het kabinet op (de rol van) het bedrijfsleven in/bij de wetenschap. Dat baart zorgen. Niet alle belangrijke wetenschap is voor het bedrijfsleven interssant.

    • Organisatie: UU
    • Functie: Hoogleraar