Go to Top

Gelijke kansen

Het aandeel vrouwen op wetenschappelijke posities ligt in 2025 boven het Europees gemiddelde

Samengevat uit de Wetenschapsvisie 2025

De Nederlandse wetenschap laat veel vrouwelijk talent onbenut, vooral in hogere functies. De laatste jaren groeit het aandeel vrouwelijke hoogleraren en universitair docenten wel, maar het gaat erg langzaam. De overheid vindt het mooi geweest en gaat actief beleid voeren zodat Nederland in 2025 minimaal op het Europees gemiddelde zit. Desnoods wil de overheid streefcijfers opnemen in de wet.

Reageren?

Het KNAW-podium was actief van 25 november tot 31 december 2014; reageren kan niet meer.

16 reacties

  • Eric van Damme 5 december 2014 - 12:32

    This reaction is part of a larger article on the Wetenschapsvisie 2025, entitled The Dutch Wetenschapsvisie 2025: ill-informed, narrow minded and misconceived (pdf)

    This reaction on the Wetenschapsvisie 2025 is written in English to allow easy communication with the researchers in the Netherlands that are not fluent in Dutch.

    […]

    However, Dutch frankness also insists that, for efficiency’s sake, I am open and honest about what I think about the document. In short, I find it very disappointing. Rather than showing an admiration for science, it shows distrust, and a belief that the government, by steering and controlling, can improve matters. There is no recognition of the fact that such measures may stifle curiosity or may induce young researchers to turn their back on the Netherlands. Even in areas where the Dutch government clearly could (and I think, should) make a difference, such as with respect to the very low numbers of women in science (where the Netherlands is at the bottom in Europe), it is just proposed to follow European initiatives (p. 72).

    […]

    • Organisatie: CentER, TILEC and Department of Economics, Tilburg University
    • Functie: Professor of Microeconomics
  • Andrel Linnenbank 4 december 2014 - 16:04

    http://www.volkskrant.nl/economie/uva-hangt-nog-steeds-verplichte-gender-awareness-training-boven-het-hoofd~a3803381/
    Als je een functieonschrijving aanpast nadat de sollicitatietermijn is afgelopen, doe je dat dan om iemand te bevoordelen, om iemand te benadelen of is het gewoon voortschrijdend inzicht? In elk geval onbehoorlijk en vervelend dat een rechter dat moet beoordelen.

    • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
    • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Jan de Munck 3 december 2014 - 15:43

    Goed voorbeeld, Marieke Thurlings!
    Dit laat precies zien waar we naar toegaan als geslacht belangrijker is dan inhoud. Dan vervangen we nobelprijswinnaars door wetenschappers die naar alle redelijke maatstaven heel wat minder gepresteerd hebben. Dat geeft niet, want zo scoren we wel beter dan Botswana op bepaalde gelijkheidsindicator lijstjes!
    Het punt is: je kunt wel het gevoel hebben dat je voortdurend aan het korste eind trekt omdat je tot een gediscrimineerde groep behoort, maar dit is heel moeilijk hard te maken. Als discriminatie een algemeen geldend principe zou zijn, is het moeilijk verklaarbaar waarom Nederland in vergelijking met andere landen zo goed presteert op aantallen publicaties, aantallen citaties en binnengehaalde Europese subsidies. Deze toppositie van Nederland wordt op het spel gezet als benoemingsbeleid gebaseerd wordt op onbewezen en niet onderbouwde vooronderstellingen.

    • Organisatie: VUmc
    • Functie: UHD
  • Marieke Thurlings 3 december 2014 - 14:24

    Tuurlijk, het gaat verder dan alleen m/v. En dan is het niet zo heel moeilijk om te bedenken hoe de fotocollage er uit zou horen te zien…

    En hoe we daar binnen de wetenschap voor zorgen? Dat begint al veel eerder; op school!, basisschool! en misschien zelfs wel daar voor op de kinderopvang. Geldt deze discussie dan niet meteen voor alle beroepen? Je kent vast wel dat verhaaltje dat er twee mensen op een operatietafel terecht komen en dat de dokter dan roept: maar dat is mijn zoon; en mijn man! Rara hoe kan dat?

    • Organisatie: TU./e
    • Functie: postdoc
  • Rob van Gestel 2 december 2014 - 22:01

    Ik weet wel dat deze rubriek over gelijke kansen gaat, maar kunnen we niet even over het man/vrouw debat heenstappen en kijken naar de gezamenlijke belangen in de strijd tegen top down sturing, marktdenken en bureaucratisering? Is dat niet de hoofdzaak in de wetenschapsvisie die ons verbindt? Laten we massaal en schouder aan schouder achter reacties als die van Levelt en Borst gaan staan en in woord en daad uitstralen: wij willen een fundamenteel andere wetenschapsvisie! Dat we er nog niet uit zijn wat gelijke kansen precies zou moeten betekenen is duidelijk. Als we echter niet de kans afdwingen om de wetenschapsvisie überhaupt bijgesteld te krijgen zijn alle verdere discussies kansloos of ze nu gaan over man/vrouw; jong/oud; vaste aanstelling/tijdelijke aanstelling enz.

    • Organisatie: Tilburg University
    • Functie: Hoogleraar
    • Andrel Linnenbank 2 december 2014 - 22:46

      Gelijke kansen gaat inderdaad niet alleen gender, maar ook over ras, afkomst, geloof en sexuele orientatie, om er maar een paar te noemen.
      Ik kan meegaan in de oproep om schouder aan schouder te gaan staan, maar…
      Wat er in de visie staat is niet gender neutraal, noch neutraal voor andere kenmerken. De manier waarop de wetenschap nu werkt en geacht wordt te blijven werken, bevoordeelt bv korte termijn denken, extrovert gedrag, narcisme, opportunisme, en nog zo wat van die eigenschappen die niets met goede wetenschappelijke kwaliteiten te maken hebben, vaak integendeel zelfs. De meeste zie je er aan de buitenkant niet aan af, maar man-vrouw is makkelijker. (vandaar mijn opmerking over kanaries).
      Zolang vrouwen niet een evenredige kans hebben, worden subsidies en aanstellingen kennelijk vergeven op andere dan inhoudelijk wetenschappelijke gronden.
      En dat dat nu te vaak gebeurt is precies waar we hier tegen te hoop lopen.
      De gender (etc.) discussie is dus buitengemeen relevant, en ik steun Levelt, Borst en al die anderen juist omdat ze impliciet meer gender neutraal onderzoek willen (omdat de wetenschappelijke overwegingen de doorslag moeten geven)

      • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
      • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Andrel Linnenbank 30 november 2014 - 23:35

    Over vrouwen en ‘de beste wetenschapper’ is veel te zeggen. Zal ik niet doen, alleen dit:
    Je kan alleen maar spreken van de beste als er een door iedereen geaccepteerde schaal is. Die is er in de wetenschap niet. Er wordt daarom vaak gebruik gemaakt van simplistische numerieke scores als citaties en hoeveel geld je al eerder hebt binnengehaald. Dat zijn behalve maten van kwaliteit vooral maten die iets zeggen over hoe goed je bent in social engineering (dat telt positief mee) en hoe vaak je cooperatief bent geweest en dingen hebt gedaan zonder daarvoor de credits te krijgen (da’s negatief). Voor mannen ligt de drempel waarboven ze medeauteur/mede aanvrager moeten worden gemiddeld lager dan voor vrouwen (zowel bij persoon zelf als de omgeving). Het is ook een indicatie in hoeverre je het gelukt is om een plek te bemachtigen in een gebied waarin veel mensen met hetzelfde bezig zijn (da’s positief) of dat je juist in een klein gebied of multidisciplinair wil werken (da’s dom).
    Hoe je het ook wend of keert, met deze criteria selecteer je impliciet op een bepaald type persoonlijkheid en krijg je relatief meer mannen.
    Het is een bekend gegeven in de fysica dat als je een numerieke meting doet dat je het systeem daarmee beinvloed. Dat geldt dus ook voor sollicitatie procedures en projectaanvragen.

    Je zal mij nooit horen zeggen dat er 50% vrouwen moeten komen, maar wel dat als er meer vrouwen dan mannen afvallen dat dat een indicatie is dat andere factoren dan wetenschappelijke waarschijnlijk de procedures beinvloedden. In die zin zijn vrouwen voor mij de kanaries in de kolenmijn.

    • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
    • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • D. Beltman 28 november 2014 - 11:04

    Er springen voor mij een aantal reacties van collega’s uit:
    – Leeflang: “Het gaat erom of ieder, gegeven zijn/haar talenten en kunnen, een gelijke kans krijgt. En dat het geslacht daar geen verschil in zou moeten maken.”
    – Reijmers: “Ten alle tijden moet er wel gekozen worden voor de beste kandidaat.”
    – Peletier: “Het streven moet daarom zijn om barrières tegen vrije keuze weg te nemen, en beoordeling zo zuiver mogelijk te maken. Het streven moet _niet_ zijn een bepaald percentage te halen: noch het percentage van andere landen (zie de observatie van Pinker), noch het percentage van de studenten (want studeerders maken andere keuzes dan beroepskiezers).”
    – De Munck: “Kortom, een wetenschapper moet gezien worden als vakmens, niet als vertegenwoordiger van een bepaalde groep. Onbezonnen ingrijpen in benoemingsbeleid is onrechtvaardig en doet waarschijnlijk meer kwaad dan goed.”

    Samengevat zou ik zeggen dat de meerderheid het er over eens is dat bij het voeren van een benoemingsbeleid waarbij voorrang wordt verleend aan vrouwen enkel vanwege de ongelijke verdeling man-vrouw, dit af zal doen aan het streven naar een zo hoog mogelijke wetenschappelijke kwaliteit. Actief beleid om meer vrouwen in hogere functies te krijgen zal dan ook niet mogen gaan via de weg van ‘positieve discriminatie’ gericht op bepaalde ‘streefcijfers’.
    Daarnaast proef ik duidelijke eensgezindheid over het feit dat vrouwen gelijke kansen moeten krijgen als mannen. Barrières (arbeidsrechteljk/sociaal zekerheidsrechtelijk/cultuur) die deze gelijke kansen in de weg staan, zouden daarom omver geworpen moeten worden.

    Wanneer de barrières verdwenen zijn, zou je m.i. een toename kunnen verwachten van het aantal vrouwen in hogere wetenschappelijke functies. Peletier, verwijzend naar Pinker, verwacht dat kennelijk niet. Ik denk dat de situatie minder zwart-wit is, dan de conclusie die Peletier uit Pinker trekt. De keuze voor een bepaald beroep is niet alleen afhankelijk van interesse, maar hangt grotendeels af van de gelijke kansen die aan man en vrouw in een bepaald beroepsveld geboden worden. Wanneer al bij voorbaat duidelijk is dat die kansen door bepaalde opgeworpen barrières niet gelijk zijn, lijkt het mij voor de hand te liggen dat men een ander beroep kiest, waarin de kansen gelijk of in elk geval gelijkwaardiger zijn. Dit neemt niet weg dat het best zo kan zijn dat er uiteindelijk meer mannen zijn die in de hogere functies terecht komen, omdat er simpelweg een hoger aanbod blijkt te zijn van mannen met kwaliteit dan vrouwen. Andersom kan natuurlijk ook… mits de barrières zijn weggenmoen.

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen
    • Functie: Onderzoeker
  • Mark Peletier 28 november 2014 - 07:02

    Jan de Munck en Maartje van Gelder plaatsen al kanttekeningen bij het streven naar een 50-50 verdeling. Susan Pinker gaat in haar boek The Sexual Paradox nog verder: landen met een hoge ‘gelijkheidsindex’ worden juist gekarakteriseerd door _grotere_ verschillen in man-vrouw verdeling over de beroepen. Beroepen met competitie, risico, fysieke arbeid, en lange uren worden meer door mannen gekozen; beroepen met aspecten van zorg en met zekerheid meer door vrouwen. Met andere woorden: vrouwen en mannen verschillen in hun interesses en voorkeuren (now there’s a novel insight! :-) en dat wordt weerspiegeld in hun beroepskeuze.

    Een carriere in de wetenschap is een typisch voorbeeld van zo’n sterk competetief beroep met een onzekere toekomst dat vooral mannen aantrekt. En in de toekomst lijkt dit alleen nog maar sterker te worden. Op basis van dit argument alleen al verwacht je een ongelijke verdeling.

    Het streven moet daarom zijn om barrières tegen vrije keuze weg te nemen, en beoordeling zo zuiver mogelijk te maken. Het streven moet _niet_ zijn een bepaald percentage te halen: noch het percentage van andere landen (zie de observatie van Pinker), noch het percentage van de studenten (want studeerders maken andere keuzes dan beroepskiezers).

    • Organisatie: TU Eindhoven
    • Functie: hoogleraar
  • M. Leeflang 27 november 2014 - 22:36

    Het gaat erom of ieder, gegeven zijn/haar talenten en kunnen, een gelijke kans krijgt. En dat het geslacht daar geen verschil in zou moeten maken.

    Daarbij wordt het tijd dat we ook aan mannen gaan vragen hoe zij de combinatie zorg en werk toch zo goed volhouden. En hoe zij dat nou doen, alle ballen hoog houden. En of ze een schoonmaakster hebben en een kindermeisje. En er vanuit gaan dat jonge mannen misschien ook wel vader willen worden en dan meer tijd aan hun gezin willen besteden. Zo lang als dit soort opmerkingen en vragen alleen naar vrouwen geslingerd worden, is een gelijke behandeling niet aan de orde.

    Daarbij denk ik dat het ook een generatie-effect is. De generatie mannen die nu veertig-min is, werkt al meer part-time en halen ook de kinderen van de opvang. Op die manier kunnen beide echtelieden even hard aan hun carrière werken.

    • Organisatie: AMC
    • Functie: UD
  • Maartje van Gelder 27 november 2014 - 21:19

    Verspilling van talent ontstaat als de afspiegeling van man-vrouw-verhoudingen op hogere posities niet overeenkomt met de verhoudingen op student-, promovendus- en postdoc-niveau. Een standaardverhouding van 50-50 lijkt me dan ook niet het streven; in sommige wetenschapsgebieden kantelt de man-vrouw-verhouding van 30-70% onder de studenten, naar 80-20% onder de hoogleraren. Dan is er iets mis met de doorstroming van talent. Genoegen nemen met de huidige positie op de verschillende ranglijsten (waar allerlei andere ongelijkheden ook zitten ingebakken) is onverstandig.

    • Organisatie: UvA
    • Functie: UD
  • Jan C de Munck 27 november 2014 - 13:21

    Ik ben het niet eens met het uitgangspunt van de stelling dat in Nederland wetenschapstalent onbenut blijft en dat dat zou blijken uit een ondervertegenwoordiging van vrouwen in bepaalde functies.
    Ten eerste wordt er te gemakkelijk van uit gegaan dat een ideale verdeling een 50-50 verdeling is, dwz in elke functie groep evenveel mannen als vrouwen. Maar het is algemeen bekend dat in sommige vakgebieden het aanbod van kandidaten voor een bepaalde functie mischien 20-80 of 10-90 is, en dan zou het streven naar 50-50 zeer onrechtvaardig en ook een verspilling van talent zijn.
    Ten tweede kun je je afvragen of talent wel 50-50 over mannen en vrouwen verdeeld is. Als je selecteert op uitzondelijke eigenschappen dan kan dat wel eens heel anders liggen dan in het dagelijks leven opvalt. Zolang dit niet vast staat doet een politiek correcte aanpassing van het benoemingsbeleid meer kwaad dan goed.
    Ten derde is het de vraag of er in Nederland nog veel ruimte voor verbetering is, als we kijken naar wetenschappelijke prestaties. Ondanks alle bezuinigingsrondes scoort Nederland internationaal gezien heel goed als wetenschappelijke kwaliteit gemeten wordt in termen van publicaties, citaties en werving van Europese fondsen. Als er in Nederland inderdaad sprake zou zijn van een verspilling van talent doordat niet naar kwaliteit gekeken wordt maar naar sexe dan zouden deze scores moeilijk verklaarbaar zijn. Wanneer we desondanks toch voorrang zouden geven aan vrouwen, omdat we dan mooiere sier maken in bepaalde statistieken, dan gaat dit ten koste van wetenschappelijk prestaties.
    Ten vierde kun je je afvragen wa voor invloed benoemingsbeleid eigenlijk heeft op bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen. Dertig jaar geleden was geneeskunde een mannenvak (70-30% verdeling over studenten), tegenwoordig is het eerder een vrouwenvak (80-20%). Komt dit door een zeer succesvol en doorgeschoten benoemingsbeleid bij de medisch specialismen? Moeten we dit terugdraaien en nu mannen gaan bevoordelen om op 50-50 uit te komen?

    Kortom, een wetenschapper moet gezien worden als vakmens, niet als vertegenwoordiger van een bepaalde groep. Onbezonnen ingrijpen in benoemingsbeleid is onrechtvaardig en doet waarschijnlijk meer kwaad dan goed.

    • Organisatie: VUmc
    • Functie: UHD
  • D. Beltman 26 november 2014 - 14:11

    Dit lijkt mij een goed initiatief. Het streven om meer vrouwelijke hoogleraren en UD’s te realiseren, kan m.i. alleen als er ook arbeidsrechtelijke/social zekerheidsrechtelijke veranderingen plaatsvinden, bijv. op het terein van (ouderschaps)verloven. De huigige (conservatieve) regelgeving gaat nog teveel uit van de man die de rol vervult als kostwinner, terwijl we dat adagium toch al lang voorbij zijn. Ik zou eens gaan kijken hoe in landen als Noorwegen en Zweden dit soort zaken zijn geregeld. Het zou mij niets verbazen als in die landen veel meer vrouwelijke UD’s en hoogleraren te vinden zijn. Verder zal er ook een cultuurverandering plaats moeten vinden. Wellicht dat de volgende vraag voldoende duiding geeft aan waar ik op doel: ‘Bent u op de werkvloer bekend met de term ‘mammadag”?

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen
    • Functie: onderzoeker
    • Rogier Reijmers 27 november 2014 - 09:48

      Beltman slaat de spijker op zijn kop, en het kan alleen maar toegejuicht worden. Echter, daar waar over perverse prikkels wordt gesproken met betrekking tot promotiebonussen en publicatiedruk, mag het niet zo zijn dat er slechts gekozen wordt voor een vrouw, omdat het beleid dat dicteert. Ten alle tijden moet er wel gekozen worden voor de beste kandidaat.

      • Organisatie: VU Medisch Centrum
      • Functie: Onderzoeker
    • L. van Breemen 27 november 2014 - 09:45

      Ik ben het eens dat er meer vrouwen als UD, UHD of hoogleraar moeten komen. Een groot probleem op de TU’s ligt mijns inziens ook aan de instroom van vrouwen. Wat betreft arbeidsrecht en sociale zekerheid is Scandinavië inderdaad een goede regio om te kijken hoe ze het daar in de wet hebben verankerd, voor zowel moeders als vaders. Tevens kan helaas voor mannen dezelfde vraag gesteld worden, maar vervang het laatste woord door “papadag”.

      • Organisatie: TU Eindhoven
      • Functie: UD