Go to Top

Financiering

Vrije ruimte voor fundamenteel onderzoek

Samengevat uit de Wetenschapsvisie 2025

Nederland is zó goed in het binnenhalen van Europees geld dat universiteiten meer moeten bijleggen dan ze hebben, zodat er geen geld overblijft voor onderzoek dat ze zelf kiezen. Daarom stelt de overheid een zogeheten matchingsfonds in van 50 miljoen euro.

Verder wil de overheid gaan werken met driejarige gemiddelden rond verschillende indices, zoals graden, die de financiering bepalen. Daardoor gaat de zogeheten eerste geldstroom minder schommelen. Ook wordt nog maar maximaal 20 procent van het onderzoeksdeel van de eerste geldstroom door promoties bepaald. Dat percentage liep de afgelopen jaren op, wat zorgde voor een ongewenste, louter financiële prikkel.

Daarnaast gaat NWO met de universiteiten en instituten overleggen over de lage honoreringspercentages bij bijvoorbeeld Veni en Vidi om  tijdverspillingen frustratie te beperken.

Reageren?

Het KNAW-podium was actief van 25 november tot 31 december 2014; reageren kan niet meer.

13 reacties

  • Marc Timmers 3 december 2014 - 21:26

    Het is veelzeggend dat naast de huidige generatie van onderzoekers in Nederland en nu ook de overheid gefixeerd is op ERC-subsidies en grote EU initiatieven. De hoge vaderlandse scores worden als een succes bejubeld, maar zij zijn in feite het gevolg van een structurele onderbesteding van de overheid in de vaderlandse wetenschap. Toekenningen percentages van rond de 5% (als aangehaald door Borst) is de huidige normt. NWO medewerkers geven informeel toe dat de door hun opgegeven toekenningspercentages vertekend zijn, want niet gecorrigeerd voor uitval in voorselectie of voor uitsluiting van aanvragers op grond van leeftijd, geslacht of passendheid binnen de ‘call’. Omdat er in eigen land nauwelijks nog geld te halen of te verdelen is, trekken Nederlandse wetenschappers met een gezonde VOC mentaliteit Europa in. Sommige van mijn collega’s vermoeien zich niet meer met het schrijven van projectaanvragen voor NWO of KWF, maar richten hun inspanningen nog uitsluitend op Europese financieringsvormen. Niet in Nederland maar elders is geld om voorstellen van ‘high risk-high gain’ of voor grote onderzoeksconsortia te ondersteunen. Een niet onbelangrijk aspect van ERC-subsidies is dat zij volledig persoonsgebonden zijn. Een ERC-laureaat heeft dus alle mogelijkheid om rond te gaan shoppen in binnen- en buitenland voor de instelling, die de beste matching biedt. In het licht van deze harde realiteit krijgt de ondersteuningspremie van 50 miljoen plots een andere betekenis. Een wanhopige poging van de Nederlandse overheid om wetenschappers, die geld van buiten halen, toch vooral in eigen land te houden.

    • Organisatie: UMCU
    • Functie: hoogleraar
  • Piet Borst 2 december 2014 - 11:48

    De Wetenschapsvisie is een leesbaar, deels goed gedocumenteerd stuk dat vergezichten schetst, die politiek populair zijn. Er staan zinnige voorstellen in, maar, zoals veel commentatoren al hebben opgemerkt, de grote problemen van de Nederlandse wetenschap worden hooguit aangestipt, maar niet echt geadresseerd, laat staan dat oplossingen worden aangedragen. Het blijft bij zonnige vaagheid. Ik onderschrijf de kritiek van de KNAW op de Wetenschapsvisie 2025: investering in de toekomst blijft uit.

    Ter illustratie: de Nederlandse wetenschap wordt geteisterd door ingrijpende bezuinigingen. Hoewel de Visie nog spreekt van een honorering van NWO-subsidies voor onderzoeker-geïnitieerd ‘vrij’ onderzoek van 23% in 2011, ervaren de jury’s van de belangrijkste NWO subsidie categorieën (TOP-subsidies) dat de honorering anno 2014 soms tot 5% is gedaald. Dat betekent dat het subsidiesysteem volledig is vastgelopen.
    Op p.7 (voetnoot 13 en p.8) erkent de Visie dat er drastisch is bezuinigd op wetenschap in Nederland en dat onze investeringen in kennis achter zijn gebleven bij het vergelijkbare buitenland en zelfs China en Z-Korea. Treffend is de zin: ‘Het Rathenau Instituut stelt dat op termijn de directe overheidsuitgaven voor R&D naar verwachting verder zullen afnemen.’ Mooi is dat! Het Rathenau heeft uit de cijferbrei de feiten opgediept, maar het zijn nog altijd kabinetscijfers. Dan volgen constateringen dat wij nu ‘de kansen moeten benutten’ en ‘de financiële ontwikkelingen elders bij moeten kunnen houden’, maar vervolgens vallen de bevlogen bewindslieden stil. Het benodigde geld wordt ook op termijn niet toegezegd en zelfs dat wordt niet expliciet opgeschreven. Pas op p.33 wordt het wegvallen van de FES-gelden zorgelijk gemeld. “Onze ambitie is dat de Nederlandse wetenschap ook in 2025 een broedplaats is voor talent” stelt de visie, maar dat daar nu acuut veel geld voor nodig is, wordt er niet bij verteld. Ook op p.18 volgt er een zonnige passage over ‘ruim baan voor creativiteit en vernieuwende ideeën’. Maar boter wordt er niet bij deze vis geleverd.

    Pas op p.21 komt het geld even aan bod: ‘we behouden de financiële ruimte voor ongestuurd, nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek….’ Behouden? Op het onhanteerbare niveau van 5% honorering? Of gaan we terug naar een acceptabelere niveau? Waar komt het geld vandaan? Worden de drastische bezuinigingen op onderzoek, die tot 2018 nog oplopen, zoals het Rathenau Instituut heeft uitgerekend, teruggedraaid? De visie zwijgt. Wel wordt er EUR 50 miljoen extra uitgetrokken voor matching van Europese projecten. Onderzoekers ga het maar elders halen!

    Wat mij stoort in deze Visie van een Ministerie van O,C en WETENSCHAP is het onwetenschappelijke karakter er van. De feiten worden niet eerlijk gepresenteerd en de Visie mist iedere zelfkritiek. Neem b.v. de vergelijking met onze buurman Duitsland. De AWTI heeft in 2013 een uitstekende studie over ‘Vasthoudend innoveren’ geproduceerd. Daarin wordt het Nederlandse kennisbeleid vergeleken met het Duitse: Duitsland investeert 3% van zijn BNP in kennis en dat percentage stijgt; wij investeren 1,8% en dat percentage daalt. Duitsland heeft zijn begroting op orde, Nederland komt met moeite onder de 3% tekortnorm. Duitsland heeft nauwelijks grondstoffen. Nederland heeft alleen al in 2013 14 miljard euro aan aardgasinkomsten in de reguliere begroting gestopt. Hoe kan dat? Daar zou een Wetenschapsvisie 2025 toch een antwoord op mogen geven. Waarom wordt de stimulering van kennis en innovatie in Den Haag alleen met de mond beleden en zijn Nederlandse politici niet in staat om te investeren in de toekomst (Zie ook: ‘Frau Merkel, hilfe’, NRC-column P. Borst, 27/3/2013).

    • Organisatie: Nederlands Kanker Instituut / AVL Ziekenhuis
    • Functie: Onderzoeker
  • Dirk-Jan Scheffers 1 december 2014 - 18:23

    Op zich vind ik het een goed idee om de prikkel die de promotiebonus is minder te maken, maar door te maximeren op 20% totaal budget…hoe gaat dat werken? Wordt het bijv. dezelfde bonus totdat je aan je promotiequotum zit als universiteit? Introduceer je dan geen concurrentie tussen faculteiten om op basis van x procent promoties ook x van die 20% binnen te halen? En gaat de promotiebonus dan omhoog als Universiteiten op andere manieren meer geld binnenhalen – omdat het om een maximum van het budget gaat? Ik snap het niet en ik heb het niet uitgelegd gezien. Maar volgens mij haalt de maatregel op deze manier de ‘perverse prikkel’ er niet uit.

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen
    • Functie: UD
  • Ivo Giesen 1 december 2014 - 09:07

    Als een van de uitdagingen is dat de internationale concurentie toeneemt omdat de Nederlandse investeringen achter blijven terwijl elders de investeringen in de wetenschap toenemen (Visie, p. 8), is dan niet de meest eenvoudige oplossing om (ietsje) meer te investeren en om niet alleen enkele prioriteiten neer te leggen en verder onze ziel aan het (door andere motieven gedreven) bedrijfsleven te verkopen?

    • Organisatie: Universiteit Utrecht
    • Functie: Hoogleraar Privaatrecht
  • Henk Broer 30 november 2014 - 16:45

    De afgelopen decennia is de financiering van fundamenteel onderzoek gaandeweg drastisch teruggelopen. Sommige onderzoekers die dit betreft kunnen zich nog net met de vingernagels vastklampen aan een van de moderne thema’s. Echter, er zijn zeer veel excellente onderzoekers die buiten de grote individuele grants van NWO en de EU vallen, die al jaren niet meer mee-eten uit dit soort ruif. Wat ik wel zie is dat veel zuiver wiskundigen, theoretisch fysici, etc., hun financiën bijeengaren via derde wereld landen (China en Brazilie gemakshalve ook even meegerekend). Het gaat dan met name om de financiering van promovendi, al heel lang de financiele motor van de universiteiten. Dat deze laatste financieringsvorm voor een deel aan de orde is, is natuurlijk alleen maar toe te juichen, maar de balans is compleet zoek. Dit levert een pompwerking van geld en kennis die waarschijnlijk geen lang leven beschoren kan zijn.
    Verder wil ik hierbij aantekenen dat fundamenteel onderzoek vaak met veel minder fondsen toe kan dan die worden toegekend bij de genoemde individuele grants. Kortom, er zouden adequate fondsen moeten worden vrijgemaakt voor het type fundamenteel onderzoek dat hier aan de orde is.

    Wellicht zijn dit allemaal open deuren, maar de gevolgen voor het hele systeem zijn drastisch, zeker op de langere termijn. Ik ben van mening dat zonder fundamenteel onderzoek en zonder door nieuwgierigheid gedreven en door internationale peer netwerken onderhouden onderzoek, de wetenschap als geheel langzaam uitsterft. Het huidige wetenschapsbeleid en de wetenschapssturing door thema’s vormt voor een dergelijke noodzakelijke, vrije ontwikkeling een enorme beperking. Dit geldt eens te meer voor de huidige plannen t.a.v. NWO.

    Omdat zovele fondsen almaar afnemen is de spoeling inmiddels uiterst dun. Ik vernam dat voor de huidige Horizon 2020 funding de slaagkans nog maar 2% is: voor velen leek dit de laatste strohalm. Ik eindig met een vraag: waarom spiegelt het Nederlandse wetenschapsbeleid zich niet wat meer aan dat van onze grote oosterbuurland? Dat doen we toch in allerlei andere opzichten ook?

    • Organisatie: Rijksuniversiteit Groningen
    • Functie: hoogleraar / instituutsdirecteur/lid KNAW
  • Guido Janssen 30 november 2014 - 16:03

    In een grijs verleden werd er aan de universiteiten onderzoek gedaan en onderwijs gegeven volgens de principes
    “Einheit von Forschung und Lehre” en “Academische vrijheid” (de universiteit bepaalt wat zij onderzoekt). Het aantal onderzoekers was een afgeleide van het aantal studenten, immers alle medewerkers deden onderzoek en gaven onderwijs. De benodigde hoeveelheid geld voor dat onderzoek was ook indirect een afgeleide van het aantal studenten. Dit systeem was zeer succesvol, maar beleidsarm en dus onhoudbaar.
    Tegenwoordig wordt nog steeds het overgrote deel van het onderzoek door de overheid betaald, maar moeten alle middelen voor het onderzoek in competitie worden verworven. Vaak is de beoordeling van de voorstellen uitbesteed aan het bedrijfsleven. Dat moet 5% van de kosten dragen anders mag er niet worden ingediend. Dit leidt ertoe dat veel onderzoek achter de feiten aanloopt. Alleen onderzoek waarvan het bedrijfsleven op korte termijn nuttige resultaten verwacht kan meedingen naar financiering door de overheid. Nu wordt voorgesteld de sturende rol van het bedrijfsleven te vervangen door een sturende rol van het publiek. Dit lijkt me geen verbetering.
    Het afschaffen van de promotiepremie is een stap in de goede richting. Vanwege de promotiepremie eisen de CvB’s hoge aantallen promoties van “hun” wetenschappers. Voor die promoties moeten de wetenschappers projecten verwerven, die door het bedrijfsleven of het publiek worden gesteund. De hoeveelheid geld die beschikbaar is neemt voortdurend af. Het gevolg is dat wetenschappers geen onderzoek doen naar verschijnselen die de wetenschap en de maatschappij vooruit kunnen helpen, maar hun tijd besteden aan het schrijven van voorstellen die gehonoreerd kunnen worden.

    • Organisatie: TU Delft
    • Functie: hoogleraar "surfaces and interfaces"
  • Andrel Linnenbank 29 november 2014 - 00:13

    Een reductie van de promotiebonus van 24.5% naar 20% zal, lijkt mij, niet daardoor leiden tot een gedragsverandering. Hoe er met de promotiebonus wordt omgegaan verschilt per universiteit en faculteit. Soms wordt het doorgegeven aan de groep waar de promotie plaatsvond, soms verdwijnt het ergens in een groot centraal gat. Doorgeven wordt bij een plafond lastig, afhankelijk hoe de financiering geïmplementeerd gaat worden. Ik denk dat het in de praktijk dus gewoon een vast onderdeel wordt van de financiering en de oorspronkelijke link met de promoties verloren zal gaan. Is dat wel een goed idee?

    Overigens impliceert de keuze om de pervese bijeffecten van de promotieprikkel weg te willen nemen dat het kennelijk ook gebruikelijker moet worden om niet te promoveren na afloop van een promotietraject. Is dat inderdaad de insteek van dit rapport? Willen we dat wel? Is dit ook met andere stakeholders, als collectebusfondsen en bedrijfsleven, overlegd?

    In de medische sector is het gebruikelijk dat de promovendus na de promotie in opleiding gaat als specialist. Vaak ligt het al bij het begin van het promotietraject vast dat de onderzoeker na 4 jaar de research zal gaan verlaten. Ik ken een aantal gevallen waar ik dat bijzonder jammer vind, maar ik begrijp de keuze wel.

    • Organisatie: ex-AMC/ex-ICIN
    • Functie: was onderzoeker in 'tijdelijke' dienst
  • Jurriaan Schmitz 28 november 2014 - 14:01

    De lage honoreringspercentages schreeuwen inderdaad om een ingreep. Is een overleg tussen NWO, universiteiten en instituten de oplossing? Dat lijkt mij niet. Het probleem is bekend en zeer belegen. De belangrijkste vraag is of het beschikbare budget passend is bij de onderzoekscapaciteit in het academische veld. (Ik denk dat ik al weet wat de belanghebbenden daarover zullen zeggen; dit lijkt me een vraag die de politiek toch echt zelf moet beantwoorden.)
    Past capaciteit op budget, dan beperkt het probleem zich tot een verdeelprobleem. En daarvoor zijn efficiëntere en intelligentere mogelijkheden dan de vrije competitie waar we nu onvrijwillig aan meedoen.

    • Organisatie: Universiteit Twente
    • Functie: Hoogleraar
  • Patrick Bos 28 november 2014 - 13:27

    “Ook wordt nog maar maximaal 20 procent van het onderzoeksdeel van de eerste geldstroom door promoties bepaald. Dat percentage liep de afgelopen jaren op, wat zorgde voor een ongewenste, louter financiële prikkel.”

    Of het door deze prikkel komt of niet laat ik in het midden, maar feit is dat er in sommige gebieden teveel promovendi zijn en te weinig uiteindelijke vaste plekken en dat dit probleem de afgelopen jaren steeds groter is geworden (zie bijvoorbeeld http://www.nature.com/nbt/journal/v31/n10/images/nbt.2706-F1.jpg). In elk geval speelt dit sterk in de natuurwetenschappen, waar in sommige gebieden uiteindelijk slechts 5% van de studenten als vaste kracht in het veld terecht komt. Deze verhouding moet worden verbeterd als Nederland wil claimen de wetenschap en dus wetenschappers serieus te nemen.

    Het lijkt mij dus een goed plan om in elk geval de financiering op basis van promovendi een maximum te geven. Mijns inziens gaat dit echter lang niet ver genoeg.

    Er moet meer geinvesteerd worden in vaste krachten. Vervang promotieplekken met vaste junior onderzoekers-aanstellingen!

    Dat legt misschien meer druk op het selectieproces (je kunt ze niet meer dumpen na 4 jaar), maar geeft de onderzoekers wel de rust om onderzoek te doen zoals het zou moeten. Niet met als doel om koste wat kost een boekje te produceren, maar om simpelweg goed onderzoek te doen, nieuwe dingen te proberen, ook al leiden ze niet gegarandeerd tot een publiceerbaar resultaat. Misschien zullen er op den duur alsnog genoeg resultaten beschikbaar zijn om een proefschrift over te schrijven, maar dit zou een bijproduct moeten zijn, geen einddoel.

    De samenwerkende, verbindende, ondersteunende wetenschapper wordt bovendien door het promotietraject (dat uiteindelijk toch gericht is op de persoonlijke promotie) volkomen ondergewaardeerd. Als junior onderzoeker zou men veel makkelijker de samenwerking kunnen opzoeken, zonder angst zichzelf daarmee te benadelen.

    Natuurlijk zijn er ook voordelen aan het “produceren” van grote hoeveelheden wetenschappers om die vervolgens de wetenschap uit te sturen. De samenleving kan hierdoor de vruchten van wetenschappelijk denken plukken. De verhoudingen zijn op dit moment echter te scheef en de voorwaarden van een wetenschappelijke carriere (met name qua onzekerheid) zodanig slecht dat veel talent uit de wetenschap weggejaagd wordt.

    • Organisatie: RUG / NLeSC
    • Functie: promovendus / eScience engineer
  • johan de rooij 28 november 2014 - 10:07

    Hoewel het natuurlijk mooi is dat “we” veel geld uit Europa binnenhalen zou het ook goed zijn als er voldoende geld in eigen land werd gereserveerd voor fundamentele onderzoeken projecten. Het budget van NWO is bij lange na niet toereikend om alle excellente voorstellen uit Nederland te financieren. Als we te sterk afhankelijk worden van Europa geven we de regie wel heel erg uit handen.

    • Organisatie: UMC Utrecht
    • Functie: UD
  • Frank Dignum 28 november 2014 - 05:03

    Er zijn een aantal veronderstellingen die niet kloppen bij de financiering van universiteiten. Een er van is dat competitie (via het indienen van project voorstellen) van onderzoek leidt tot “beter” onderzoek. Echter in de meeste gevallen zijn academici al zeer sterk intern gemotiveerd. Dus die gaan niet beter werken door competitie. In de huidige situatie van grote schaarste van middelen leidt het moeten schrijven van voorstellen voor elke AIO die je wilt aanstellen tot een ontzettende verkwisting van tijd en geld en leidt tot frustratie. Waarom niet doen zoals in veel andere landen en het geld voor promotieonderzoek verdelen over de universiteiten zodat er weer eerste geldstroom AIO’s kunnen worden aangesteld? De maatregelen lijken nu op het trachten een fietsband die al op 20 plekken lek is geraakt nog een keer te plakken. Je weet vantevoren al dat dat maar heel even helpt en dan tot nog grotere ellende leidt!

    • Organisatie: Universiteit Utrecht
    • Functie: UHD
  • mark van loosdrecht 25 november 2014 - 21:10

    Als de conclusie is dat universiteiten te weinig eigen ruimte voor keuzes hebben kan ook de dynamisering van geldelijke middelen worden teruggedraaid.
    Verder volledige steun om ‘4e jaar’ financiering in te stellen.

    • Organisatie: TU Delft
    • Functie: Hoogleraar
  • Mark Peletier 25 november 2014 - 16:59

    Het zou mooi zijn als de 50 MEuro gebruikt zou kunnen worden om het beruchte `vierde jaar’ van een promotie in een EU-project te financieren (de Visie zelf is hier niet expliciet over).

    • Organisatie: TU Eindhoven
    • Functie: hoogleraar